Hoofdstuk 1 Mens en Wereldbeeld


Het eerste hoofdstuk van Het Handboek van de Tuinman(m/v) gaat over ons mens en wereldbeeld. Onze manier van kijken en doen bepaalt wat we zien. Maar bepaalt ook wat problemen zijn en wat de bijbehorende oplossingen zouden kunnen zijn. Dit is een voorpublicatie van het hoofdstuk in conceptfase bedoeld voor reflectie en feedback. Heb hier gekozen om het onderwerp te benaderen met een verzameling aforismen, die een aspect belichten, maar ook op zichzelf staan. Je zou ze lukraak moeten kunnen lezen...

De complexe mens

Om de problemen van heden ten dage op te lossen zullen we met andere ogen naar onszelf en de waarheid moeten kijken. ‘Nieuwe ogen’ van een ‘nieuwe mens’, die bestaat zonder ‘absolute waarheid’, maar de waarheid zelf vormgeeft.

In mijn beleving wordt het ‘nieuwe mensbeeld’ een complex open verbonden mensbeeld. Een positie in tijd en ruimte en een universum tegelijkertijd. Het is een eenheid van fysiologische, psychologische, sociologische en ecologische complexiteit en dat is iets heel anders dan hoe we onszelf nu zien; als een mens met een lichaam en geest. Het voortschrijdend inzicht binnen de wetenschap heeft er voor gezorgd dat oude zienswijzen ontkracht zijn. Met andere woorden dit zijn geen goede modellen meer om onze wereld te begrijpen. In dit eerste hoofdstuk zal ik deze nieuwe wetenschappelijke inzichten beschrijven en de consequenties schetsen in ons dagelijks leven.

De mens spreekt voor zich

Dit alles spreekt min of meer voor zich en alles wat voor zich spreekt is vanzelfsprekend. Tegelijkertijd op hetzelfde moment dus zijn die dingen die voor zich spreken nu juist een probleem. Wat voor de ene mens voor zich spreekt, doet dat voor de ander totaal niet. De ‘nieuwe mens’ zal op een zeker moment voor zich spreken, maar zo ver zijn we nog lang niet. Vooralsnog spreekt de ‘oude mens’ met luide dwingende stem ook al verliezen de argumenten overtuigingskracht. De ‘nieuwe mens’ spreekt op zachte maar overtuigende toon. Het schreeuwen zal verstommen en deze stem gehoord worden.

Waarnemende wezens

Wij mensen zijn waarnemende wezens die bewust zijn van onszelf en onze omgeving. Echter wat we waarnemen, waar we ons van bewust zijn, hoe we dit interpreteren en wat we er vervolgens mee doen hangt af van het persoonlijke perspectief waarmee wordt gekeken. Dit verschilt per groep, per individu en heeft te maken met wie je omgaat, wat je geleerd hebt.

Dit perspectief bepaald grotendeels hoe we de wereld en onszelf zien. Dit perspectief hebben we geleerd op school en is nodig om te kunnen samen leven en werken. Het is de manier om als samenleving vanuit gedeelde waarden en doelstellingen te groeien en te bloeien. Echter perspectieven verouderen en raken uitgewerkt. De werkelijkheid ontglipt ze als het ware. Er komen nieuwe inzichten op het toneel. Dit is wat de geschiedenis ons leert. Verandering en vernieuwing komt voort uit een nieuw perspectief en gaat gepaard met de nodige conflicten over juist dit nieuwe perspectief met het oude. Nu is dat het klimaatprobleem dat onze lineaire manier van kijken uitdaagt. Alles heeft met elkaar te maken en vooruitgang is geen vooruitgang als je roofbouw pleegt. Zo ook de introductie van het begrip nepnieuws. Objectief gezien is alles nepnieuws. Nieuws is per definitie een reductie en interpretatie van feitelijkheden. Het oude perspectief ziet alleen de oude werkelijkheid en niet de nieuwe waar de oplossingsrichting zich bevindt. Voor nieuwe oplossingen heb je een nieuw perspectief nodig. Anders vind je ze simpelweg niet.

.

Objectiviteit is een nuttige illusie

Objectiviteit is een idealisatie van een observatie waarbij de waarnemer neutraal is en de observatie niet beïnvloed. Niemand kan natuurlijk echt neutraal zijn, want alles is met elkaar verbonden. Objectiviteit gaat over reproduceerbaarheid en universaliteit. Een geïsoleerde waarnemer zonder referentie zou geen enkele betekenis ontwaren in de wereld om hem heen. Het ene is gerelateerd aan het andere anders kan het niet in dezelfde ruimte bestaan.

Dit is de klassieke wetenschappelijke weg van een subjectief individu dat een object observeert. Wat de wetenschap doet is zoveel mogelijk subjectieve factoren (lees: individuele interpretaties) wegnemen om een zo objectief mogelijk oordeel te vellen. Dat leren we op school en heeft goed gewerkt.

Wat we niet zien

Door het perspectief worden een heleboel gevoelens, ideeën en intuïties genegeerd en anderen juist gezien en versterkt. De rigide reproduceerbare onderzoeksregels om ware uitspraken te doen over de werkelijkheid staan andere ware uitspraken in de weg. Vooruitgang in de wetenschap heeft individuen nodig die een nieuwe weg ontdekken en verkennen maar ook een duidelijke structuur en richting zodat andere mensen deze weg ook kunnen bewandelen.

De mens als wetenschappelijk object

Menswetenschappen ziet de mens als object, maar is zijzelf is natuurlijk ook ‘een object’ gemaakt door ons mensen; een wetenschappelijk instrument om onszelf te leren kennen als object. Als object zijn wij zeer complexe wezens op allerlei wijzen statistisch verbonden met elkaar en onze leefomgeving.

Psychologie objectiveert ons innerlijke wereld (onze geest) en de geneeskunde ons lichaam. Je kunt ziektes, karaktereigenschappen, traumaverwerking of eetgedrag eigenlijk niet als afzonderlijke dingen bestuderen en toch doen we het. Hierdoor verdwijnt het sociale en ecologische dimensie uit het zicht. Het is alsof je een familie wil leren kennen door de individuen te spreken niet hun onderlinge omgang te observeren.

Omgekeerd kan je ook een familie leren kennen door ze als een geheel te bekijken en juist de onderlinge relaties in beeld te brengen. Dit is wat sociologie doet het objectiveert de relaties, patronen en effecten van interactie. Ook hier zien we volop correlatie met ziekte. Arme mensen zijn vaker ziek en leven korter, eenzaamheid is net zododelijk als roken.

We hebben dus rond ons mens-zijn drie objecten verzameld, ons lichaam, onze geest en onze omgang met elkaar. Deze drie vormen het object mens in de wetenschap en al deze objecten komen samen in twee mensen. Een mens heeft alleen lichaam en geest en geen omgang. Twee mensen zijn volledig mens want er is een relatie met een ander.

De mens heeft nog een andere dimensie de ecologische als onderdeel van de kringloop op aarde. Dit is ons samenspel met de rest van de levende wereld; planten, dieren, bacteriën en virussen. De mens als wetenschappelijk object is onbegrensd en dat is een op het eerste gezicht een vreemde conclusie.

Maar als je alles wat een mens is, doet en vermag op een hoopje gooit is dit wat je krijgt. Daar zit onze motivatie en ons beleven en dat is weer verbonden met ons handelen zie hier de wetenschappelijke mens. Een soort kluwen onontwarbare wol waar we uitspraken doen over individuele draadjes die we in het laboratoriumsituaties, met dubbelblind onderzoek en objectieve vragenlijsten onderzoeken. Hierbij kijken we noodgedwongen naar deelprocessen die we weer koppelen richting een integraal doel.

Wat nou als de werkelijkheid golft

De hoofdbron en ontwikkelaar van onze kennis op het gebied van ons eigen wezen zijn we zelf.

Maar wie de werkelijkheid observeert ziet dat dit in beide gevallen een illusie is. Macht en positie doen er wel degelijk toe in de maatschappij, dat is immers de plek van waaruit je kijkt. Zoals Foucault zei: ‘De macht bezit niet de waarheid, de waarheid is altijd aan de zijde van de vrijheid’.

Dit maakt het onmogelijk wetenschappelijke resultaten als ‘ware uitspraken’ te extrapoleren naar een dynamische werkelijkheid. Onderzoek wordt dan ook vaker ingezet om een bestaande of gewenste praktijk te rechtvaardigen of te ontkrachten dan om een nieuwe praktijk te ontwikkelen. Al bij al een ingewikkeld proces vol belangen en de kreet ‘wetenschappelijk bewijs’ is hier niet meer te rechtvaardigen als ‘ding op zich’.

Je zou dienen te stellen dat er een correlaties (verbanden) worden gevonden. Dat is dan een verband tussen twee factoren in deze specifieke onderzoekssituatie (context). Zonder bewezen werkingsmechanisme is dit niet oorzakelijk slechts statistisch (ze komen samen voor). Dit is wat de meeste onderzoekers ook melden als ze de resultaten toelichten waar het vervolgens in de populaire media en de commercie tot een bewijs wordt omgevormd dat een oorzakelijk verband suggereert. Een klein opportuun betekenisvol stapje dat eigenlijk niet gemaakt zou mogen worden objectief gezien.

Dit kan de intrinsieke reden (systeemreden) zijn dat slechts 50% van psychologisch en sociologisch reproduceerbaar is. Met andere woorden in 50% van de gevallen vinden andere onderzoekers niet dezelfde resultaten. We meten een golvend oppervlak en extrapoleren naar een golvend oppervlak. Door de statische onderzoeksmethoden ontglipt de essentie, het ritme van de golven, geheel, de onderlinge verbanden.

Hypercivilisatie (hypernormalisatie)

De term hypernormalisatie is ontstaan in de nadagen van het communisme in de jaren tachtig. Iedereen van hoog tot laag wist toen dat het systeem niet meer werkte maar zowat iedereen ging toch door alsof er niets aan de hand was. Want wat moest je anders?

Ik kies ervoor dit fenomeen hypercivilisatie te noemen. Het is namelijk allesbehalve normaal, doorgaan terwijl je weet dat het geen zin heeft. Er zijn parallellen te trekken met de huidige systemen in bestuur, zorg, onderwijs en onderhoud, iedereen ziet en voelt dat het niet echt werkt maar doorgaan is de enige optie. Hiermee zeg ik overigens niet dat deze systemen niet beter zijn dan wat we hadden en noodzakelijk om hier te komen, maar dat we nu iets anders nodig hebben om de stijgende zorgkosten, de individualisering en klimaat crisis werkelijk het hoofd te bieden. En juist dat andere wacht op haar kans om te kunnen groeien maar er is vooralsnog geen ruimte omdat de oude systemen alle financiële middelen opslokken zonder al te veel rendement. Het fenomeen hypercivilisatie zorgt ervoor dat mensen schromen zich uit te spreken. Je valt al snel buiten de groep en dat willen de meesten niet. Zo gaat alles langer door dan we willen. Dit veroorzaakt polarisatie bij de slachtoffers van het systeem (de ontevredenen), maar omdat deze zich zowel extreem rechts als extreem links bevinden werken ze elkaar tegen. Dit op zich versterkt weer de hypercivilisatie van het midden dat natuurlijk als hypocriet wordt herkend door de beide polen.

Het theater van complexiteit

Als je aandacht richt op een object gaat dit groeien in je bewustzijn, zie je meer connecties, patronen en facetten. Er is altijd meer, het is altijd complexer. Zoekend naar de essentie ontvouwt zich steeds een nieuwe essentie. Het voelt als een immens theater waar steeds gordijnen opengaan die nieuwe podia en nieuwe voorstellingen (verhalen) genereren.

De manier hoe je naar de dingen kijkt bepaald hoe de dingen zijn en wat je dus ziet en meemaakt in het theater des levens. Ieder bestudeerd object krijgt meer diepgang en functie en kan verbonden worden met andere objecten. Dit is volgens mij dan ook de werkelijke basis van de groei van wetenschappelijk kennis. Nu goed, als wij onszelf bestuderen op wat voor manier dan ook, via onderzoek of introspectie, objectiveren we het bestudeerde (laten het bestaan) anders kunnen we niets zien in dit theater. Al het overige verdwijnt naar de coulissen en kan ten alle tijden te voorschijn komen als we het wensen te objectiveren.

Als je eenmaal iets weet kun je het moeilijk negeren

Als we onszelf bestuderen splitsen we onszelf in tweeën, dat wat observeert (subject) en dat wat geobserveerd wordt (object). Er bestaat iets buiten ons en binnen ons, dat we nooit kunnen kennen. Een waarnemend subject is altijd een absolute noodzakelijke voorwaarde en een subject ziet objecten en niet zichzelf. Ook als we de observaties door computers laten doen hebben wij deze geprogrammeerd en de interpretatie vastgelegd. De objectieve wereld die we waarnemen is afhankelijk van het perspectief waarmee we kijken. Dit geldt altijd en overal. We zijn ons meestal niet bewust van deze bril vanwege de vanzelfsprekendheden waarmee hij gemaakt is. Om het perspectief te zien dienen we deze vanzelfsprekendheden te onderzoeken en zo ontstaan andere nieuwe vanzelfsprekendheden. Je perspectief veranderd. Als je eenmaal iets weet kun je het moeilijk negeren.

Het servet en het gescheurde tafellaken

We zitten in een tijd waarin ons dominante succesvolle perspectief van de vooruitgang aan het fragmenteren is. Er is nog geen nieuw dominant en samenbindend perspectief dat het vorige vervangt. Dat kan ook niet want er is nog geen plek het oude zit er nog. Het is als het servet en het tafellaken, dat servet groeit en het tafellaken scheurt in stukken. Dit is een langdurig en niet lineair proces leert de geschiedenis om een servet tot tafellaken te maken voor onze gezamenlijke maaltijd.

Ons perspectief zit verborgen en zien we niet direct

Ons perspectief zit verborgen in de betekenis van de verhalen die we vertellen. In die verhalen spelen wij altijd een rol van betekenis en deze is altijd een objectivering van een subjectieve impressie. Als je bijvoorbeeld een eerste prijs wint, ben je dan wel de beste? Een trofee aan de wand betekent dat je ooit ergens ‘het beste’ in was. Dit betekent dat de betekenis van ‘het beste zijn’ de zin en waarde ervan bepaald. Als bijvoorbeeld ‘eerste’ worden geen status had, zouden we niet zo enorm veel competitie organiseren op alle gebied. Ik heb het hier niet over de zin en het nut van competitie, dat is een heel ander verhaal, maar over de taal en betekenis van competitie.

Winnen en verliezen

Zowel subject (waarnemer) en object (winnaar) zijn in deze ondergeschikt aan het perspectief waarmee wordt waargenomen. Als winnen geen waarde had zouden winnaars ook nooit voor ijdel of zelfingenomen of vals spelend kunnen worden uitgemaakt, hooguit als idioten die zinloze wedstrijden houden. De betekenis van winnen is een ‘onzichtbaar vanzelfsprekend’ object tussen het subject en het object. Het is niet raar om te bedenken dat dit perspectief van vanzelfsprekende betekenis zowel het subject als het object stuurt. Probeer maar een winnaar niet te feliciteren of te negeren. Dit word je per direct kwalijk genomen en ben je waarschijnlijk afgunstig. Dit is waar, tenzij je het werkelijk geen bal interesseert, maar dan zijn er nog de sociale conventies op het gebied van fatsoen en gunnen. Dat maakt je per direct bot en wil je dat niet moet je toneelspelen. Als je aan introspectie doet om te weten te komen of je werkelijk afgunstig bent of werkelijk de beste bent, kijk je subjectief door de objectieve bril naar jezelf. Dan kun je je afvragen: heb ik geluk gehad of ik heb ik het verdiend. Meestal is het een mix van die twee.

De 3D bril van betekenis

Alles wat we als vanzelfsprekend beschouwen wordt niet direct benoemd en vormt dus automatisch het perspectief van waaruit we kijken. Dit werkt als een soort 3D bril voor betekenis en zin bij al onze waarneming. We zien deze betekenis en de bijbehorende zin ervan immers direct en duiden dit ook direct. Dat is ‘een ding’ in deze, er zit geen denken tussen: winnen is het beste! Dat is de betekenis waar onze aandacht en bewustzijn van smult. En ook ons lichaam want er ontstaan allemaal zogenaamde ‘prettige stofjes’ in ons brein als we winnen. Als er al iets als probleem wordt benoemd is dat meestal niet het winnen, maar het verliezen.

De klimaatdiscussie

Dit geldt op alle gebied. Kijk naar de klimaatdiscussie, het begint met wetenschappers die de klok luiden, het tot nog toe ‘vanzelfsprekende feit’ ter discussie stellen, activisten die dit oppakken en langzaam dringt het bedrijfsleven en politiek binnen en dan ook niet direct van harte. Alles wat ik hier schrijf heb ik uit de wetenschappelijke literatuur en is overtuigend onderbouwd. Ik geloof in de ontwikkeling van wetenschap en het belang ervan. Wetenschap is vaak de klokkenluider waar we niet naar willen luisteren. Maar wetenschap laat zich ook makkelijk voor ieder karretje spannen. Wetenschappers zijn net mensen.

Eerst waren er klachten

Eerst waren er klachten, toen ziektes en we ontdekten ook echt oorzaken, waar we wat aan konden doen. De oorzaken waren overigens in eerste instantie, kwade geesten of luchten en de populairste: een straf van God. Het was een zegen dat we ‘natuurlijke oorzaken’ vonden, bacteriën, virussen e.d. en natuurlijk schoten we door in de zoektocht, die inmiddels vele inzichten heeft opgeleverd. Er zijn nieuwe gordijnen opengetrokken in ons innerlijk theater en op de nieuwe podia zien we de nieuwe oorzaken, die zeer talrijk zijn en nog geen begrijpelijke voorstelling vormen. Het perspectief van waaruit gekeken wordt is een taai ding, want betekenis, zingeving en maatschappelijk aanzien zijn eraan gekoppeld. Hier verschuilt zich een heel sterk handvat om de waan van alledag te weerstaan.

Hoe krijg ik zicht op mijn bril ?

Hoe onderzoek je je eigen perspectief oftewel de bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt ?

Het startpunt is het kiezen van een dynamisch object van betekenis: een probleem. In plaats van proberen oplossingen te verzinnen ga je eerst verkennen. Hoe ben je hier terechtgekomen. Waarom koos je dit probleem? Probeer een doel aan het probleem te koppelen. Het doel is namelijk iets wat je nog niet bereikt hebt en je weet niet wat er met het probleem gebeurd als je het doel ook werkelijk bereikt.

Ziektes gaan niet weg

In geval van lijden is het vanzelfsprekende doel meestal het lijden verminderen of laten verdwijnen. Dit is een heel aantrekkelijk doel maar als je suggereert dat dit doel te bereiken is en het lukt niet geeft dit valse hoop en vertraging met een grote kans dat de problemen individualiseren en institutionaliseren. Denk bijvoorbeeld aan het lijden aan eenzaamheid. Dit wordt minder oplosbaar als je niet de juiste weg naar het doel kiest.

Dat individualiseren en institutionaliseren zie je gebeuren in de gezondheidszorg, er gaan geen ziektes weg, er komen er alleen maar bij alsook therapieën. We lossen individuele problemen op, maar er ontstaan weer nieuwe individuele problemen. Dit gecombineerd met de big data statistiek laat zien dat als je naar de gehele bevolking kijkt deze juist ongezonder wordt vergeleken met 10 jaar terug.

De dokter lost het niet op

Allemaal ‘systeemdingen’ die de meest mensen op zichzelf vanzelfsprekend vinden, maar als je ze op een rijtje zet, zijn ze dat geenszins meer. Alles lijkt tegen elkaar in te werken. Het aloude idee dat de dokter het wel zal oplossen is natuurlijk wishfull thinking. Dit was mijn analyse zo ongeveer toen ik 30 jaar geleden stopte als praktiserend arts. Ik geloofde er niet meer in, je stuit steeds op dezelfde dilemma’s en wat is de zin van het verplaatsen van problemen. Het had veel meer zin om naar alternatieve wegen te zoeken en in mijn opinie dienen deze in eerste instantie buiten de zorg te worden gevonden en ontwikkeld.

Nu is het zowat de regel dat automatisch en in eerste instantie naar medische oplossingen wordt gezocht. Als je klachten hebt is de dokter een van de vele opties maar toch is het vaak in onze beleving de enige en eerste optie. Dit is een hardnekkige vanzelfsprekendheid, die lang niet in alle gevallen de beste optie is. Deze situatie zorgt ervoor dat de grote verzameling niet medische oplossingen voor medische problemen pas in beeld komt als de medische aanpak niet helpt. Het grootste probleem momenteel is om mensen die ongezond leven, gezonder te laten leven. Als je dit lukt is dit natuurlijk de meest verstandige weg, want mensen worden gezamenlijk gezonder. Dit is uiteindelijk het enige dat werkelijk zorgkosten kan doen dalen.

Het omgekeerd placebo effect

In een zeer recent onderzoek kregen proefpersonen te horen als uitslag van een DNA test dat ze een genetische variant hadden waardoor ze sneller moe werden. Bij een test op de loopband hielden deze mensen het lopen vervolgens minder lang vol en gaven ze eerder aan moe te zijn. Een DNA test heeft dus invloed op hoe je je voelt en gedraagt.

Het placebo effect is het feit dat geneesmiddelen zonder werkzame bestanddelen ook een positief effect hebben. Dit is gemiddeld 30 % als je het tot je laat doordringen een fors percentage. Bijvoorbeeld antidepressiva verhogen het effect met zo’n 15 % tot 45 %. Dit betekent dat en bij 55% geen effect is. Tegelijkertijd weten dat de meeste depressies vanzelf overgaan na drie maanden.

Het placebo effect is dus fors en bij DNA tests is er dus ook een placebo effect en dit gaat twee kanten op. Als blijkt dat je aanleg voor lange afstandslopen hebt, ga je dit misschien doen en ben je er nog goed in ook. Omgekeerd als je een negatieve factor kent ga je er ook naar leven. Al bij al een test die dus een invloed heeft op de uitkomst die het voorspelt. De self fullfilling profecy is met een placebo effect van 30% dus nogal een factor.

Seks

Seks is iets vreemds bij mensen. Wij hebben seks als mooiste en meest intieme daad, het geschenk van de liefde. En tegelijkertijd is seks iets dat vies is en misbruikt wordt. Deze dubbele waarden geven seks extra betekenis en lading. Het is een macht- en genotmiddel ineen.

Mens zijn doe je niet alleen dat doe je samen

Terug naar het perspectief, als je dus anders naar dingen kijkt kun je ze anders inzetten en gebruiken. Het perspectief bepaalt de vorm (de interpretatie) van ons ego, gevoelens, denken en doen. Hier heb je een middel in handen om jezelf en de wereld om je heen te veranderen. Want als het je lukt om anders naar jezelf te kijken, verandert dus ook je gedrag. In de medische wereld noemt men dit cognitieve therapie waarbij inzicht het werkingsmechanisme vormt. Maar het is net zo belangrijk dat er anderen zijn die je ook zo zien anders werkt het op de lange termijn niet.

Dat is interessant want dat is precies wat we willen; veranderen ten goede en samen. Dan moeten we dus ook met zijn allen inzicht hebben hoe dit te doen. Om een nieuwe oplossingsrichting te vinden moet je dus een aantal ‘vanzelfsprekendheden’ samen problematiseren om ze te kunnen zien, onderzoeken en oplossen.

Naar beneden kijken en niet beschuldigen

Laten we als oefening eens op deze wijze naar de onderkant van de samenleving kijken, hier bevinden zich namelijk de mensen met de ongezondste levensstijlen en de laagste socio-economische status. Het barst natuurlijk van de uitzonderingen, maar het gaat hier om de grote getallen en dan zie je een duidelijke trend. Deze mensen leven gemiddeld 5 tot 7 jaar korter en hebben ook meer last van chronische klachten. Dit is geen direct gevolg van ziekte maar gewoon meer last van ziekte. Het is een maatschappelijk probleem en een individueel probleem. Alleen het individu heeft niet de mogelijkheid dit op te lossen, ondanks alle aandacht, hulp en zorg, want anders zou het niet zo’n vaststaand statistisch gegeven zijn. Het is dus veel te simpel deze individuen hiervan de schuld te geven. Toch hoor ik dit nog dagelijks, ‘maar ja hij of zij maakt er ook een potje van’. Het is een beetje als zeggen tegen iemand die doof is dat ie niet goed zijn best doet om te horen, want jij kan het toch ook. Dat gaat niet werken. Als mensen niet in de positie zijn om zich uit deze situatie te bevrijden en je gaat helpen, zorg er dan ook voor dat het lukt anders, want anders geef valse hoop en eigen schuld als het niet lukt.

Waarom zou werken gezond zijn ?

Werken is gezonder dan niet-werken is een vanzelfsprekendheid die veel politici en bestuurders als argument gebruiken. Iets dat vaak voor lief wordt aangenomen. Beleidsmatig is het een soort van tovermiddel, werken is zowat goed voor alles. Maar wacht even, is het soort werk, het maatschappelijk aanzien en de omgang met andere mensen niet veel belangrijker. Ploegendienst, schoonmaakwerk, zwaar fysiek werk, overwerk en 80 uur per week werken kun je toch niet echt als gezond beschouwen. Arbeid heeft dus zowel ziekmakende als een gezondmakende aspecten in zich. Dit zul je dus dienen te betrekken in de analyse en conclusie. Daarnaast is de plek waar je woont, de mensen met wie je omgaat ook bepalend. Dit zijn stuk voor stuk dynamische omgevingsfactoren en deze heb je als individu niet in de hand en zeker niet als je onderaan bungelt qua waardering en beloning.

Arbeid als medicijn

Het uitganspunt is dat arbeid een niet medische oplossing voor medische problemen kan zijn (medicijn), maar ook een oorzaak van klachten en/of ziekte (ziekte verwekker). Om dat laatste te beteugelen hebben we de arbeidsinspectie opgericht, die zorgt dat misstanden of ongezonde situaties worden vermeden. Echter dit doet niets met de aard van het werk en om arbeid als niet medisch oplossing voor medische problemen in te zetten is een andere insteek nodig, waarbij de gezondheidswinst van de werknemer en de productiewinst van de werkgever samen tellen. Hier is nog weinig aandacht voor, want de inspectie is immers druk doende en er zijn wetten voor. Bovendien de economie gaat voor, zonder werk geen belastingen en geen gezondheidszorg. De redenering dat met gezondere arbeid minder gezondheidszorg nodig is wordt nauwelijks overwogen. Maar daar ligt een nieuwe duurzame weg en dat vergt een andere benadering.

De positieve injectie

Politici en bestuurders die ‘werk als medicijn’ promoten beledigen de onderkant van de arbeidsmarkt. Hier is werk een maatschappelijk plicht en verdienmodel. De economische waarde staat voorop en niet de gezondheid van de werknemer. Het is een machine die niet te stoppen is aangedreven door wetten van de marktwerking onszelf.

De strategie van stadsgeneeskunde is om met een kleine maar precieze positieve injectie in ons publiek domein deze zienswijze en handelswijze te keren. Zorg voor elkaar en omgeving is de meest basale gedeelde verantwoordelijkheid voor een gemeenschap door de arbeid op een gezonde manier te organiseren met als gemeenschappelijk resultaat een gezonder leefomgeving. De publieke ruimte is de juiste plek voor deze insteek want daar komen we allemaal samen en het us er altijd. Het is simpel, effectief en reproduceerbaar. Een injectie van liefde en waarheid in ons publiek domein.

Gezonde eerlijke arbeid

Je zou kunnen stellen dat arbeid in de laagste loonschalen meer kost aan extra zorgkosten dan het oplevert aan economische waarde voor de samenleving. Het gezondheidsaspect heeft minder prioriteit en dus juist de mensen met de grootste vatbaarheid voor ongezond leven worden ook nog gedwongen ongezond werk te doen. Dat geeft sociale spanning en kost uiteindelijk veel geld want wij betalen allemaal de zorgkosten.

Zonder dit type analyse gekoppeld aan de feedback uit de praktijk mis je een objectief kompas en leidt je weg waarschijnlijk niet tot het doel. Het doel bestaat in deze namelijk nog niet: arbeid die wordt afgerekend op de preventieve waarde voor de gezondheid van de werknemer. Therapie en productie zijn strikt gescheiden, terwijl ze alles met elkaar te maken hebben en een oplossingsrichting bevatten die verrassend simpel en effectief is.

Samenvatting perspectief

Hoe je naar de dingen kijkt bepaald grotendeels hoe ze zijn.

Dit biedt een mogelijkheid om jezelf en de dingen te veranderen.

Als je een vanzelfsprekendheid goed onderzoekt van alle kanten bekijkt, blijkt dit vaak helemaal niet zo van-zelf-sprekend te zijn.

Gezondheidszorg maakt ons bijvoorbeeld niet automatisch gezonder

We zitten vol met vanzelfsprekende betekenis, waar we nooit over nagedacht hebben.

Door een perspectief analyse van een specifiek probleem kunnen oplossingswegen worden gevonden, die je anders nooit zou vinden.

Een onwerkelijke werkelijkheid

Het subject zou een punt kunnen zijn, maar ook een heel universum. We kunnen het subject niet zien het subject ziet ons. Als je golven door twee spleten stuurt en zo twee bronnen maakt krijg je een interferentiepatroon. Op sommige plekken versterken de golven elkaar en op sommige plekken doven ze uit. Begin vorige eeuw werd dat ook met licht gedaan en ook hier ontstond een interferentiepatroon dus concludeerde men dat licht een golfverschijnsel was. Vraag was wel, wat trilt er eigenlijk? Weer later ontdekte men dat licht ook uit deeltjes bestond, energiekwanta, die we nu fotonen noemen. Dat staat bekend als de golf-deeltjes dualiteit en toen ontdekte ze iets raars. Als je door het spleetmoment maar één foton stuurde gedroeg die zich ook als golf en kwam precies daar waar het interferentiepatroon voorspelde. Hoe kon dit foton dit weten, als enige door twee spleten en precies daar uitkomen als ‘ware we met velen’. Hier is men nog steeds niet uit. Enerzijds zijn daar de ‘klassieken’ die denken dat er een logische verklaring voor te vinden is, een variabele die we over het hoofd zien. Aan de andere zijde zijn daar de ‘kwantummensen’, die denken dat het gewoon zo is, een nieuwe werkelijkheid dus, die we (nog) niet kennen. Een onwerkelijke werkelijkheid dus. Met aan de ene kant mensen die vinden dat er een ‘te kennen werkelijkheid’ bestaat die ons vormt en beweegt. Daarbuiten bestaat dus niets. Aan de andere kant de mensen die denken dat er ook een ‘niet te kennen werkelijkheid’ bestaat die ons stuurt en vormt. Zelf vind ik het een uitdagend idee dat er een ‘niet te kennen werkelijkheid’ bestaat en dat die niet wezenlijk verschilt van de onze.

De metafoor van de draak

We kunnen dus nooit tot de essentie der dingen komen (er is altijd meer) hooguit de onderlinge relatie, het spel en de patronen. En die leer je weer kennen door het te spelen, te leven zogezegd. Het barst van de onontdekte werkelijkheid. Om die te ontdekken moeten we ons mens en wereldbeeld aanpassen aan die nieuwe (on)werkelijkheid en dat kan met de metafoor van de draak. Daar stuitte ik op in een artikel op quantamagazine.org. Iemand vergeleek het foton in het golf/deeltje experiment met een draak, waarvan we de staart kennen (het foton dat vertrekt) en de kop (het foton dat aankomt), maar het lichaam daar hebben we geen idee van. Het artikel ging over een experiment dat ze vorig jaar hebben gedaan met een extra spleetmoment voor dat ene foton. Dat spleetmoment werd ertussen gezet toen het foton al vertrokken was en de eerste spleet gepasseerd (de techniek staat voor niets). En verdomd ook hier deed het foton wat het interferentiepatroon voorspelde (de afstand van de spleten en het meetmoment).

Deze ‘draak’ van de kwantumwereld zou nog weleens een hele grote draak kunnen worden die ons allemaal opslokt (figuurlijk dan). Want wat voor fotonen geldt, geldt voor alle deeltjes van de kwantumwereld, ze weten precies waar ze moeten zijn. Ook al zijn ze alleen en is er niemand die het ze zou kunnen vertellen. Dat weten zou sneller moeten gaan dan de lichtsnelheid maar dat kan niet. Toch is er die directe beïnvloeding die we theoretisch niet kunnen verklaren met de huidige modellen. We kunnen er wel mee rekenen en kunnen het toepassen. We leven in een oceaan van ‘draken’, waarvan we alleen de staarten (dat wat we doen) en de kop (dat wat we zien); de actie en het resultaat kunnen zien. Wat daartussen zit: speculatie en fantasie ? Of realiteit ?

Wij zitten heel anders in elkaar dan we dachten.

We zijn om te beginnen geen redelijke wezens, de reden van ons handelen is overal. Zeg maar dag tegen de autonoom denkende mens, zeg maar dag tegen objectiviteit en vrije wil. Fake nieuws is overal en we zijn elkaars marionetten. Het vreemde is dat we eerst hebben moeten wennen aan het gegeven dat we minder waren dan we dachten en dit compenseerden we met onze autonome individualiteit en dat we die nu weer moeten inleveren en als ruil worden we weer ‘iets groots’; een universum.

Dat betekent dat we ons verlies moeten erkennen en dat betekent dus verwerken, verdriet, boosheid en tenslotte acceptatie. De tijd heelt alle wonden en het ‘nieuwe’ staat voor de deur en dat is als vanouds onweerstaanbaar.

Dit handboek is er een van hoop en liefde

Ik heb het wellicht wat te dramatisch gebracht. Dit handboek is er een van hoop en liefde zodat wij weer van onszelf en elkaar kunnen houden. Ik schrijf het zodat ik weer van mezelf en de ander kan houden. Dramatiek en persoonlijke belangen zijn onvermijdelijk als je ‘iets’ onder de ‘aandacht’ wil brengen. Angst en verlangen zijn aanjagers van ons mensen en de gedachte dat je leven ondanks al je inzet en goede bedoelingen de verkeerde kant opgaat is beangstigend. Heel wat mensen worstelen daarmee en ik denk dat hier de relaties met mensen in je directe omgeving kunnen helpen, deze geven direct betekenis en zin. Tegelijkertijd zijn het ook deze relaties die je tegenhouden om ‘hogerop’ of ‘ergens anders’ te komen. Als jongere ben je bang de boot te missen, maar als je een boot gemist hebt geeft dat ironisch genoeg rust en meer waardering voor wat je wel hebt.

Leiderschap

Het lijkt erop dat leiders belangrijk zijn voor ontwikkelingen tegelijkertijd zijn het posities in netwerken en zijn gewone mensen ook belangrijke richtinggevers. Gewone mensen behoeven echter coördinatie en daarin spelen leiders een rol. Als je goed kijkt zijn het geen leiders maar leidende principes. De CEO’s van grote beursgenoteerde ondernemingen presenteren zichzelf als leiders. Het barst van de leiderschapscursussen, maar als je goed kijkt zie je dat er een klein essentieel detail van werkelijk leiderschap ontbreekt, de leider bepaald zelf de richting. In het geval van de CEO, hij werkt in dienst van de aandeelhouders en dus bepalen die de koers, waar ze overigens geen leiderschapskwaliteiten voor nodig hebben. Het gaat om winstmaximalisatie en dat behoeft slechts rekenvaardigheden. Waar zijn de werkelijke leiders en niet diegenen die zichzelf zo noemen. Persoonlijk denk ik dat ze overal zijn te vinden en zichzelf meestentijds niet zien als leiders maar eerder als bedenker van systemen, die de leiding overnemen. Wie heeft de beursgenoteerde onderneming verzonnen of was het ontstaan een noodzakelijk en natuurlijk feit. Op dit soort vragen is nooit een sluitend antwoord te geven: er is altijd meer.

Onze naasten en de kleine dingen

Las laatst een interview met een priester die mensen begeleidde bij het sterven. Stuk voor stuk hadden ze spijt dat ze zo weinig tijd met hun naasten hadden doorgebracht. Ook hoor je van mensen die een ernstige ziekte hebben overleefd dat ze daarna meer van ‘de kleine dingen’ genieten.

Feit is dat nabijheid van naasten en ‘de kleine dingen’ door ons economisch systeem als onnuttig of privékwestie worden gezien. Terwijl wij allen dit superbelangrijk vinden, daar doe je het toch allemaal voor.

Genieten

Doe dat maar in je vrije tijd, de tijd dat je mag genieten van je naasten of eigenlijk moet genieten en het liefst met betaalde diensten. Het probleem is dat we nauwelijks nog ‘vrije tijd’ hebben, waarbij we zelf kunnen bepalen met wie we omgaan en waaraan we werken. Het vanzelfsprekende vrijblijvende contact tussen mensen is grotendeels als vrije tijd naar de rand van de samenleving verwezen. Het is niet echt nodig, want voegt niet echt toe is een algemene gedachte van mensen die praktisch en nuttig denken, hooguit nodig om te ontspannen, zodat je er weer tegenaan kunt.

Dat is een enorme vergissing. Want juist het vrijblijvende alledaagse contact (natuurlijke interactie) is de basis van ons samenleven. Dat moet nu allemaal in de avonduren en het weekend, maar niet tijdens het werk. Als dat er niet is, hebben we ook geen samenleving meer en momenteel wordt dit domein door economische krachten ingeperkt. Iedereen is nuttig bezig en zichzelf aan het ontplooien en genieten zonder zich werkelijk met anderen te verbinden in het ‘echte leven’. Het ontbreekt ten ene malen aan ‘werkelijke ontmoetingen’ tussen mensen zonder direct verdienmodel. Deze zijn nodig om elkaar maar ook jezelf te leren kennen. Kan het nog dramatischer brengen, deze ontmoetingen zijn nodig om mens te blijven, als we alles functioneel maken, ook genieten, veranderen we in werkende genietmachines, die zich vervelen en altijd meer willen. De menselijke relaties zijn de meest genietbare zaken, dat beseffen we allemaal op ons sterfbed.

Diepe gedachten over getallen

Er zijn heel veel getallen en laten we eens aannemen dat de wereld uit getallen bestaat. Reële getallen, rationele getallen, irrationele getallen, imaginaire getallen en werkelijk complexe getallen met imaginaire onderdelen.

O.k. zie het als een enorme pot met balletjes waar je uit kunt trekken. De kans dat je een reëel of rationeel getal trekt is nul. Hoe kan dat? Zijn ze er niet? Jawel, maar irrationele getallen en dan laten we de rest even buiten beschouwing, zijn van een andere orde van oneindigheid dan de rationele. Het zijn er zoveel meer dat je nooit een rationeel getal vindt. Dat is fascinerend. Een wiskundige noemde het de speld in de hooiberg, die je niet kunt vinden. En toch hebben we de rationele getallen gevonden. Pythagoras zag het als een wonder die getallen en dat je ermee kon rekenen. En dat het klopte. Met het ene getal vond je het andere en er opende zich een universum dat leek op het onze: de wiskunde. Ze aanbaden getallen en ze schrokken zich te pletter toen ze wortel 2 ontdekten. Dat was een irrationeel getal, dat had geen einde. Maar het bestond wel.

Dus we zijn gefascineerd door die onvindbare en wonderlijke spelden maar we zien het hooi niet. Het hooi is waar wij uit bestaan als alles uit getallen bestaat. We bestaan dan hoofdzakelijk uit irrationele getallen met hier en daar een rationeel getal en vermoedelijk ook wat priemgetallen. De imaginaire exotica bindt de boel samen, het hooi houdt de spelden in positie en ergens is Pi Zie hier het wiskundige wereldbeeld waar de fysica zich druk maakt om het te bewijzen. Het instrument is de meester geworden. Dat is fascinerend en van een prachtige schoonheid. We weten natuurlijk niet of het werkelijk zo is, maar wat zou het.

Robbert Dijkgraaf stelt dat tijd het grootste mysterie in de natuurkunde gewoon om ons heen is en dat iedereen dat kan ervaren. Getallen zijn helder, transparant en universeel en dat dienen we voortaan heel letterlijk te nemen. Tenminste als de wereld uit getallen bestaat.

Wat is het praktische nut

We drukken naast taal alles in getallen uit en daar winnen de getallen vaak, omdat ze eenduidig zijn en meetbaarheid in zich hebben via de wiskunde en natuurkunde. Maar stel nu dat tijd het niet te kraken mysterie is, waar ons universum en bestaan op draait. Tijd geeft richting aan de ruimte in alle dimensies.

Het praktisch nut is niet de zin van de onzin scheiden. Precies omgekeerd want de zin en onzin ontstaan en het is zaak meer zin dan onzin te laten ontstaan of te selecteren. Als je alle onzin uit een systeem verwijdert verdwijnt ook de zin. Betekenis groeit in ons bewustzijn en ook de on-betekenis, de onzin groeit. On–betekenis is dat wat jouw betekenis ontkracht, neutraliseert. Dat kan van alles zijn. Het komt erop aan dat je van mening veranderd door het tegendeel (de on-betekenis). Je zou dit de betekenis/deeltjes uitwisseling tussen mensen kunnen noemen, dit is een specificatie van informatie uitwisseling. Een manier van kijken waarbij betekenis de deeltjes (infomatie-eenheden) vormtHet is geïnterpreteerde informatie, pakketjes betekenis en die veranderen onze mening. Rationele argumenten zijn geen massavoer maar bij gevoelige geesten de meest overtuigende betekenisgevers.

Het praktische nut is dus dat deze reflectie ons een ander referentiekader biedt om onze wereld te ordenen en begrijpen. Een referentiekader dat je kunt testen en ontwikkelen in de praktijk.

De waarachtige leugen en de nieuwe waarheid.

Laten we de logica erbij halen, uit het een volgt het ander en dus de zin van ons bestaan zou uit ons bestaan zelf volgen en dat doet het ook als je er naar kijkt. We maken ons het meest druk om elkaar. Je kunt logischerwijs (wiskunde) alles met elkaar vergelijken, maar je komt niet verder dan overeenkomsten en patronen. Geen zin te bekennen.

Wat is een ‘goed mens’ ? ‘Goed zijn voor de medemens en de aarde’ is wel een algemeen aanvaard uitgangspunt, maar wat is het doel? Een betere wereld ? Als we de goddiensten, het humanisme en zelfs het atheïsme erbij halen is het doel het dienen van God en/of de waarheid. Dat is de algemene tendens, het –goede- doen voor het betere zelf, de betere ander en een betere wereld. Enerzijds om het na te streven en anderzijds om ervan te genieten.

De oplettende lezer en ik hoop dat ik er vele heb, hoe jonger hoe beter, zullen opmerken, maar je wil toch niet slecht zijn, hoe zit dat? Ja hoe zit dat ? Hoe kun je slecht willen zijn? Dat is simpel, niemand wil echt slecht zijn, maar soms is het –goede- zo lelijk en hypocriet. Vol met -leugens om bestwil- van het verkeerde soort. De leugens waar mijn vrouw gek van wordt en die eigenlijk heel lelijk zijn. Niemand wil echt ‘lelijk’ zijn, in al het ‘lelijke’ zit daarom ook iets ‘moois’. Je moet het alleen durven zien. In alle boeken en films zijn de slechteriken vaak veel leuker en de helden ook een beetje slecht. Ze komen in opstand tegen het – zogenaamde goede- de leugenachtige waarheid en daarom mogen ze slecht zijn. Het doel heiligt de middelen. Zie daar de waarachtige leugen en de nieuwe waarheid.

Leven en dood

Stel je voor er is geen dood en iedereen zou eeuwig leven. Iedereen zou ook eeuwig lijden en eeuwig dezelfde zijn. Alles zou hetzelfde blijven want iemand kan iemand anders worden. De dood hoort bij het leven anders kan het leven niet bestaan. Het zou dan daadwerkelijk wat natuurkundigen noemen deterministisch zijn: alles is bepaald en voorspelbaar. De dood maakt het onvoorspelbaar.

De dood geeft ons leven betekeniswant hij dwingt ons tot een antwoord op de vragen waarom, hoe, waarheen en waartoe. Wat gebeurd er met ons? Het antwoord daarop is ons leven. De dood is een grote vraag en mysterie ineen maar het hoort ontegenzeggelijk bij het leven en het hele universum, ook sterren sterven en veranderen in een zwart gat of worden erin gezogen. Waar gaan wij heen na onze dood of zijn we dan gewoon helemaal weg, behalve de herinneringen en onze nalatenschap.

Ieder geloof gelooft in een antwoord op deze vraag en dit antwoord is ontstaan in alle verhalen die we elkaar vertellen en tekenen die we zien. Persoonlijk geloof ik meer in eeuwigheid voor de dood dan na de dood. Om redenen dat eeuwig leven en eeuwige identiteit vreemd is en eigenlijk alleen in belang van de ‘winnaars’, terwijl de ‘verliezers’ er net zo bij horen en net zo relevant zijn voor het eindresultaat. Bovendien wij zijn niet alleen, virussen en bacteriën maken onderdeel uit van ons wezen, ze maken stofjes, spelen samen met ons DNA. Ze maken ons zowel ziek als gezond.

Alles op een rijtje zit volgens mij de eeuwigheid in het eeuwige NU en de tijd geeft deze complexe enormiteit richting. En dat alles gebeurd direct en we zijn er ons van bewust. Met andere woorden, iedereen leeft eeuwig maar hoe moet je me niet vragen. Waarschijnlijk gaan we in elkaar op en verliezen we onze tijdelijke identiteit in onze dimensies, maar niet in de hoger dimensionale ruimtes. Vraag me niet hoe, de kwantum logica stelt dat alles uniek is en verbonden, dus gedachte dat alles hier is dat er buiten ons niets is, dat wij op onszelf staan. Dit terwijl alles samenhangt en verbonden is in het universum en sterker het groeit naar meer verbondenheid, meer complexiteit. Er verdwijnt geen informatie, daar heeft het alle schijn van. Dit is het nieuwe paradigma volgens mij dat er aan gaat komen en er eigenlijk al is. In wetenschappelijke kringen is het inmiddels de enige nog niet ontkrachtte theorie. Zelfs in zwarte gaten lijkt informatie behouden te blijven.

Het leven is te wonderlijk om het te reduceren tot een wedstrijd wie de beste is; the survival of the fittest. Who cares about the fittest, it’s part of the plan of nature. Perhaps nature needs them to create the weak. When you don’t have an overview, don’t be to sure you are on the right track.

Een kentheoretische exercitie

Dit eerste hoofdstuk gaat over hoe wij de wereld en elkaar zien. Dat wat wij kennen of kunnen kennen speelt hierbij een belangrijke rol. De absolute waarheid is niet te kennen, omdat ie simpelweg niet bestaat op zichzelf. Alles is waarheid zolang het kan bestaan. En hoe weten we of iets bestaat ? Omdat we het zien en ervaren en onze meetapparatuur het aantoont. We kunnen niet alles kennen, we zullen moeten kiezen of het wordt ons opgedrongen. Dat zal niemand ontkennen. Toch is dat een belangwekkende constatering en naast het feit dat kennis ook macht is in de verkeerde zin des woord, roept het de vraag op: Wat kunnen we wel kennen en wat niet ? Dit is het domein van de kentheorie, de wetenschap die gaat over wat wij kunnen kennen en hoe dat in elkaar steekt. Het vreemde is dat de meest vertrouwde zaken, wijzelf, ons bewustzijn, liefde en waarheid bij nadere beschouwing het meest raadselachtig zijn. Wat gedachten werkelijk zijn en hoe ze bestaan? We hebben geen idee, maar we weten allemaal wat gedachten zijn toch? Sterker ons denken vormt de basis van onze wetenschap en de logica hebben we zelf bedacht of ligt het weer net ‘ietsje’ anders ?

{A}, {B }en {C}

Hiertoe hebben we een aantal verzamelingen nodig, die we gebruiken om onze zoektocht bij te lichten en de dingen die we vinden te ordenen en te duiden. Verzamelingen vormen de grondslag van de moderne wiskunde en logica.

Laten we beginnen met de drie basisverzamelingen; {A}, {B }en {C} . Verzameling A omvat ‘alles wat bestaat of kan bestaan’ (behalve zichzelf dat is logischerwijs onmogelijk). Verzameling B omvat ‘alles wat wij kennen en kunnen kennen’ (behalve onszelf want dat is logischerwijs onmogelijk). Verzameling C omvat ‘alles wat wij niet en nooit kunnen kennen’. In ons verhaal staat verzameling B centraal ‘dat wat we kennen en kunnen kennen’, want zaken die we niet kunnen kennen, niet waarnemen zogezegd, die bestaan voor ons simpelweg niet. Hieruit volgt dat we in feite ‘onszelf’ in de betekenis van dat wat waarneemt nooit kunnen kennen. We kunnen er wel naar verwijzen maar of het er is zullen we nooit weten.

Verzameling C wat er zich ook in bevindt, wij zullen het dus nooit kennen. Je zou het ook het mysterie van ons bestaan kunnen noemen, maar dan ga je al een stap te ver…alsof er een mysterie is. Dit is onze menselijke positie als het gaat om kennis en bewustzijn. Bewustzijn kan niet op zichzelf staan, je bent je altijd bewust van ‘iets’. De waarheid behoort tot verzameling B want die kunnen we deels kennen, net als elkaar. De ‘absolute waarheid’ echter behoort tot C en zullen we nooit kennen. We weten dus ook niet of de ‘absolute waarheid ‘ tot verzameling A behoort en of hij daadwerkelijk bestaat. Daar moeten we het mee doen, we zijn dus allemaal gelovigen in ‘iets’, dat we kennen en waaruit we leven.

Waar zit dat wat waarneemt ?

Waar zitten wij, oftewel waar zit dat wat waarneemt? Zijn wij oorzaak, gevolg of allebei ? Niet te zeggen, althans,… of nog niet te zeggen. Voor het leven van alledag is het nuttig te realiseren dat alles wat we voor ‘waar’ aannemen niet hoeft te gelden voor anderen in andere in andere situaties. Met dit uitgangspunt kun je nieuwe betekenis ontdekken in hetzelfde feit of compleet nieuwe feiten ontdekken door op een andere manier naar ‘zaken’ te kijken. Door op ‘een andere manier te kijken’ verdraai je ‘de waarheid’ letterlijk en figuurlijk, toch zijn ‘beide waarheden’ geldig. Alleen je ‘eigen waarheid’ is veranderd, je ziet het niet meer als vroeger, maar de ‘vroegere waarheid’ geldt nog steeds voor de mensen die het nog steeds zo zien. In conflicten leven meerdere waarheden naast elkaar, en strijden om de winst. Je ziet het bij echtscheidingen en bij overtredingen in het voetbal, de waarheid wordt betwist.

Het is heel goed mogelijk dat de verhalen van beide partijen elkaar tegenspreken en toch beiden ‘waar’ zijn. Het gaat hier altijd om verschillende interpretaties van dezelfde feiten en niet om het achterhouden of verdraaien van feiten wat algemeen als ‘liegen’ wordt bestempeld. Dit laatste type ‘liegen’ krijgt logischerwijs de meeste aandacht als tastbaar bewijs van ‘onwaarheid’, waardoor het contextuele waarheidsgehalte van beide ‘waarheden’ naar de achtergrond verdwijnt.

Het leugentje om bestwil

Iedere waarheid heeft een leugen in zich en de leugen altijd een waarheid. Laten we er voor het gemak eens van uitgaan dat we meestentijds liegen, maar dat deze ‘leugens’ waarheidsgradaties kennen. Wat we zeggen is nooit helemaal ‘waar’, maar bijvoorbeeld slechts in 65% van de onderzochte situaties. Met deze ruime definitie kunnen we onze beste metgezel in het sociale verkeer ‘het leugentje om bestwil’ beter begrijpen. Wanneer is het leugentje nog voor de bestwil van de ander of ten voordele van de leugenaar?

Wat een ‘muggenzifterij’ zult u denken en terecht, maar dit is dan ook onze ‘alledaagse muggenzifterij’ ons geploeter met elkaar en de waarheid. Hierover gaat het vrolijke roddelen op terrasjes over hoe ‘de anderen’ bezig zijn. ‘En toen zei hij…nou ik dacht dat ik door de grond ging…hoe kun je zoiets zeggen!’. Het alledaagse ‘roddelen’ is waar we ons allemaal aan bezondigen. De maatschappelijke functie van roddelen werkt als informatieoverdracht en sociale buffer in organisaties, tenzij het maligne wordt en een organisatie eraan ten onder gaat. Muggenzifterij vind je ook in academische kringen, waar het staat voor degelijk en grondig onderzoek, maar ook voor ‘bureaucratisering van de wetenschap’ en ‘de dood in de pot voor de creativiteit’.

Waarheid als complex begrip

In plaats van de zwart wit tegenstelling van waar of niet-waar kun je waarheid ook zien als een complex begrip. Complexe begrippen zijn te maken door aan een normaal begrip, net als bij complexe getallen een vector toe te voegen; een tegengesteld begrip. Voor waarheid is een tegengesteld begrip ‘leugen’. Je krijgt dan een caleidoscopisch landschap van ‘waarachtige waarheid’, ‘leugenachtige waarheid’, ‘waarachtige leugen’ en ‘leugenachtige leugen’. Als algemene exercitie is het complex maken van begrippen overigens vruchteloos en ondoenlijk, want het zijn er teveel en onze taal maakt begrippen automatisch complex door ze te verbinden in zinnen.

Zonder liefde is waarheid zinloos. Ik heb een reden om oprecht te zijn tegen mijn vrouw ‘ik hou van haar’. Zo heb ik ook een reden oprecht te zijn tegen mezelf: ik hou ook van mezelf. Als ik het toegeef, pakt dat vaak goed uit. Achteraf gezien dan. Bewust tegen jezelf of de ander liegen is een lastige kwestie en kost veel energie. De meeste ‘leugens’, heb jezelf niet eens door, maar vind je nu juist in conflictsituaties. Scherven brengen geluk.

Als zwart-wit begrip is ‘waarheid’ nog onovertroffen als rechtvaardiging van autoriteit; ‘de waarheid dienend en de leugen ontmaskerend’. Laten we dit voorlopig ‘het hogere’ of ‘de leiding’ noemen en als je om je heen kijkt zie je dat er nogal wat verschillende ‘leiders’ en ‘leidende principes’ zijn, die zichzelf rechtvaardigen door deze haast vanzelfsprekende ‘absolute waarheid’. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de claims onzinniger worden en dat de ‘geest uit de fles is’. Het is een beweging van ‘waarheid’ naar ‘waarheid’. De ‘oude’ is nu versleten en ongeloofwaardig en de ‘nieuwe’ is vreemd en dus ongeloofwaardig.

Samenvatting mens en wereldbeeld

Een mens is een complex wezen verbonden elkaar en de wereld.

De verbindingen zijn wetenschappelijk uitgedrukt in formules en correlaties

Dit complex omvat sociologie, psychologie, fysiologie, ecologie, biologie, natuurkunde, filosofie en wiskunde. Ze beschrijven ieder een deel van ons mens zijn.

Lichaam en geest omvat slechts psychologie, fysiologie en biologie en dit beperkt het handelingsperspectief.

Het is handiger onszelf te definiëren en te zien als meer dan lichaam en geest, als {on}{kenbare} {on}{eindige} {wezens}. We horen tot de verzamelingen {A} {B} en {C}

Dit maakt de praktijk van alledag, de persoonlijk beleving en het perspectief waarmee we de wereld waarnemen tot studieveld want daar komt alles samen daar leven wij; eenheid in tijd en ruimte. Het is een veld dat iedereen kan bestuderen; onze gemeenschappelijke ruimte.

Featured Posts
Posts Are Coming Soon
Stay tuned...
Recent Posts
Archive
Search By Tags
Follow Us
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Creatief Beheer

Bentincklaan 43C
3039 KH Rotterdam

0614183001

info@creatiefbeheer.nl

Social