Hoofdstuk 1 Mens en Wereldbeeld


Het eerste hoofdstuk van Het Handboek van de Tuinman(m/v) gaat over ons mens en wereldbeeld. Onze manier van kijken en doen bepaalt wat we zien. Maar bepaalt ook wat problemen zijn en wat de bijbehorende oplossingen zouden kunnen zijn. Dit is een voorpublicatie van het hoofdstuk in conceptfase bedoeld voor reflectie en feedback. Heb hier gekozen om het onderwerp te benaderen met een verzameling aforismen, die een aspect belichten, maar ook op zichzelf staan. Je zou ze lukraak moeten kunnen lezen...

De complexe mens

Om de problemen van heden ten dage op te lossen zullen we met andere ogen naar onszelf en de waarheid moeten kijken. ‘Nieuwe ogen’ van een ‘nieuwe mens’, die bestaat zonder ‘absolute waarheid’, maar de waarheid zelf vormgeeft.

In mijn beleving wordt het ‘nieuwe mensbeeld’ een complex open verbonden mensbeeld. Een positie in tijd en ruimte en een universum tegelijkertijd. Het is een eenheid van fysiologische, psychologische, sociologische en ecologische complexiteit en dat is iets heel anders dan hoe we onszelf nu zien; als een mens met een lichaam en geest. Het voortschrijdend inzicht binnen de wetenschap heeft er voor gezorgd dat oude zienswijzen ontkracht zijn. Met andere woorden dit zijn geen goede modellen meer om onze wereld te begrijpen. In dit eerste hoofdstuk zal ik deze nieuwe wetenschappelijke inzichten beschrijven en de consequenties schetsen in ons dagelijks leven.

De mens spreekt voor zich

Dit alles spreekt min of meer voor zich en alles wat voor zich spreekt is vanzelfsprekend. Tegelijkertijd op hetzelfde moment dus zijn die dingen die voor zich spreken nu juist een probleem. Wat voor de ene mens voor zich spreekt, doet dat voor de ander totaal niet. De ‘nieuwe mens’ zal op een zeker moment voor zich spreken, maar zo ver zijn we nog lang niet. Vooralsnog spreekt de ‘oude mens’ met luide dwingende stem ook al verliezen de argumenten overtuigingskracht. De ‘nieuwe mens’ spreekt op zachte maar overtuigende toon. Het schreeuwen zal verstommen en deze stem gehoord worden.

Waarnemende wezens

Wij mensen zijn waarnemende wezens die bewust zijn van onszelf en onze omgeving. Echter wat we waarnemen, waar we ons van bewust zijn, hoe we dit interpreteren en wat we er vervolgens mee doen hangt af van het persoonlijke perspectief waarmee wordt gekeken. Dit verschilt per groep, per individu en heeft te maken met wie je omgaat, wat je geleerd hebt.

Dit perspectief bepaald grotendeels hoe we de wereld en onszelf zien. Dit perspectief hebben we geleerd op school en is nodig om te kunnen samen leven en werken. Het is de manier om als samenleving vanuit gedeelde waarden en doelstellingen te groeien en te bloeien. Echter perspectieven verouderen en raken uitgewerkt. De werkelijkheid ontglipt ze als het ware. Er komen nieuwe inzichten op het toneel. Dit is wat de geschiedenis ons leert. Verandering en vernieuwing komt voort uit een nieuw perspectief en gaat gepaard met de nodige conflicten over juist dit nieuwe perspectief met het oude. Nu is dat het klimaatprobleem dat onze lineaire manier van kijken uitdaagt. Alles heeft met elkaar te maken en vooruitgang is geen vooruitgang als je roofbouw pleegt. Zo ook de introductie van het begrip nepnieuws. Objectief gezien is alles nepnieuws. Nieuws is per definitie een reductie en interpretatie van feitelijkheden. Het oude perspectief ziet alleen de oude werkelijkheid en niet de nieuwe waar de oplossingsrichting zich bevindt. Voor nieuwe oplossingen heb je een nieuw perspectief nodig. Anders vind je ze simpelweg niet.

.

Objectiviteit is een nuttige illusie

Objectiviteit is een idealisatie van een observatie waarbij de waarnemer neutraal is en de observatie niet beïnvloed. Niemand kan natuurlijk echt neutraal zijn, want alles is met elkaar verbonden. Objectiviteit gaat over reproduceerbaarheid en universaliteit. Een geïsoleerde waarnemer zonder referentie zou geen enkele betekenis ontwaren in de wereld om hem heen. Het ene is gerelateerd aan het andere anders kan het niet in dezelfde ruimte bestaan.

Dit is de klassieke wetenschappelijke weg van een subjectief individu dat een object observeert. Wat de wetenschap doet is zoveel mogelijk subjectieve factoren (lees: individuele interpretaties) wegnemen om een zo objectief mogelijk oordeel te vellen. Dat leren we op school en heeft goed gewerkt.

Wat we niet zien

Door het perspectief worden een heleboel gevoelens, ideeën en intuïties genegeerd en anderen juist gezien en versterkt. De rigide reproduceerbare onderzoeksregels om ware uitspraken te doen over de werkelijkheid staan andere ware uitspraken in de weg. Vooruitgang in de wetenschap heeft individuen nodig die een nieuwe weg ontdekken en verkennen maar ook een duidelijke structuur en richting zodat andere mensen deze weg ook kunnen bewandelen.

De mens als wetenschappelijk object

Menswetenschappen ziet de mens als object, maar is zijzelf is natuurlijk ook ‘een object’ gemaakt door ons mensen; een wetenschappelijk instrument om onszelf te leren kennen als object. Als object zijn wij zeer complexe wezens op allerlei wijzen statistisch verbonden met elkaar en onze leefomgeving.

Psychologie objectiveert ons innerlijke wereld (onze geest) en de geneeskunde ons lichaam. Je kunt ziektes, karaktereigenschappen, traumaverwerking of eetgedrag eigenlijk niet als afzonderlijke dingen bestuderen en toch doen we het. Hierdoor verdwijnt het sociale en ecologische dimensie uit het zicht. Het is alsof je een familie wil leren kennen door de individuen te spreken niet hun onderlinge omgang te observeren.

Omgekeerd kan je ook een familie leren kennen door ze als een geheel te bekijken en juist de onderlinge relaties in beeld te brengen. Dit is wat sociologie doet het objectiveert de relaties, patronen en effecten van interactie. Ook hier zien we volop correlatie met ziekte. Arme mensen zijn vaker ziek en leven korter, eenzaamheid is net zododelijk als roken.

We hebben dus rond ons mens-zijn drie objecten verzameld, ons lichaam, onze geest en onze omgang met elkaar. Deze drie vormen het object mens in de wetenschap en al deze objecten komen samen in twee mensen. Een mens heeft alleen lichaam en geest en geen omgang. Twee mensen zijn volledig mens want er is een relatie met een ander.

De mens heeft nog een andere dimensie de ecologische als onderdeel van de kringloop op aarde. Dit is ons samenspel met de rest van de levende wereld; planten, dieren, bacteriën en virussen. De mens als wetenschappelijk object is onbegrensd en dat is een op het eerste gezicht een vreemde conclusie.

Maar als je alles wat een mens is, doet en vermag op een hoopje gooit is dit wat je krijgt. Daar zit onze motivatie en ons beleven en dat is weer verbonden met ons handelen zie hier de wetenschappelijke mens. Een soort kluwen onontwarbare wol waar we uitspraken doen over individuele draadjes die we in het laboratoriumsituaties, met dubbelblind onderzoek en objectieve vragenlijsten onderzoeken. Hierbij kijken we noodgedwongen naar deelprocessen die we weer koppelen richting een integraal doel.

Wat nou als de werkelijkheid golft

De hoofdbron en ontwikkelaar van onze kennis op het gebied van ons eigen wezen zijn we zelf.

Maar wie de werkelijkheid observeert ziet dat dit in beide gevallen een illusie is. Macht en positie doen er wel degelijk toe in de maatschappij, dat is immers de plek van waaruit je kijkt. Zoals Foucault zei: ‘De macht bezit niet de waarheid, de waarheid is altijd aan de zijde van de vrijheid’.

Dit maakt het onmogelijk wetenschappelijke resultaten als ‘ware uitspraken’ te extrapoleren naar een dynamische werkelijkheid. Onderzoek wordt dan ook vaker ingezet om een bestaande of gewenste praktijk te rechtvaardigen of te ontkrachten dan om een nieuwe praktijk te ontwikkelen. Al bij al een ingewikkeld proces vol belangen en de kreet ‘wetenschappelijk bewijs’ is hier niet meer te rechtvaardigen als ‘ding op zich’.

Je zou dienen te stellen dat er een correlaties (verbanden) worden gevonden. Dat is dan een verband tussen twee factoren in deze specifieke onderzoekssituatie (context). Zonder bewezen werkingsmechanisme is dit niet oorzakelijk slechts statistisch (ze komen samen voor). Dit is wat de meeste onderzoekers ook melden als ze de resultaten toelichten waar het vervolgens in de populaire media en de commercie tot een bewijs wordt omgevormd dat een oorzakelijk verband suggereert. Een klein opportuun betekenisvol stapje dat eigenlijk niet gemaakt zou mogen worden objectief gezien.

Dit k