Het vrolijke tuinieren


Er hangt iets moedeloos makend rond de milieu- en klimaatdiscussie. Er wordt veel gepraat, veel beloofd maar er verandert weinig. Volgens mij komt dat doordat veranderen lastig, zo niet onmogelijk is. Het systeem, ons verdienmodel, staat het niet toe. Nu ook weer gaat er 2 miljard naar het bedrijfsleven voor CO2-opslag. Dat is symptoombestrijding, zodat we vrolijk kunnen doorproduceren en consumeren. Ik denk dat er een existentiële omslag in ons denken nodig is. Een omslag waarbij we een aantal zaken omdraaien. Het nastreven van een meetbare, stuurbare samenleving is nuttig, maar, en dat moeten we ons goed realiseren. tegelijkertijd is het onmogelijk deze te realiseren. De natuur staat het niet toe, perfectie is altijd tijdelijk en juist het onperfecte, het toeval, zorgt ervoor dat er groei en beweging mogelijk is. Er zijn geen onnatuurlijke processen in de wereld: alles verloopt volgens algemeen geldende natuurwetten. Alles heeft een begin en eind. Het is dus ronduit vreemd dat we onszelf een standaard hebben opgelegd van meetbaarheid en stuurbaarheid die onmogelijk is te realiseren. Juist het onverwachte zorgt voor verandering.

Er zijn geen enkelvoudige oorzaken van de verschijnselen om ons heen, maar samenhangende complexiteit waarin we oorzakelijke verbanden (verbindingen) onderscheiden. Om dit beter te begrijpen gebruik ik de metafoor van het tuinieren. In de basis is tuinieren de natuur naar je hand zetten met een doel. Dit is vergelijkbaar met het organiseren en besturen van een samenleving. Nu kun je op eindeloos veel manieren tuinieren. In mijn vorige column heb ik het huidige tuinieren beschreven, waarbij de natuur wel en niet meedoet. We richten parken en tuinen in met gekweekte planten die we inkopen en schoffelen vervolgens het onkruid weg. Dit houdt in dat het tuinieren geautomatiseerd kan worden en eigenlijk niets meer met tuinieren te maken heeft. Een park of een tuin is een ecosysteem en dat heeft dagelijks aandacht nodig. Het verandert en groeit naar een evenwichtige staat. Deze hoeft niet perse mooi te zijn, maar het is feitelijk wilde stadsnatuur die haar eigen weg zoekt. Dat wat ik ‘het vrolijke tuinieren’ noem, is juist deze dimensie te gebruiken. Ik noem het vrolijk omdat je er vrolijk van wordt. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan, is hier het adagium. Draai het om: de basisnatuur is dat wat er al groeit en je dus niet hoeft te kopen. Je maakt deze zo ‘mooi en divers’ mogelijk; dat is de uitdaging. Dat is voor iedereen trouwens anders. Je kunt dan gekweekte planten of zaden gebruiken voor de extra verfraaiing. Mijn ervaring gedurende de jaren dat we dit doen, is dat het onderhoud op termijn overzichtelijker, interessanter en makkelijker wordt. De meeste planten zaaien zichzelf uit of vermeerderen ondergronds. In de praktijk betekent dit dat de planten ‘wandelen’ en je ze als tuinier net als een kudde schapen moet leiden. Als je niets doet, nemen een paar soorten het uiteindelijk over en drukken de rest weg. Alle planten hebben net als een virus een reproductiewaarde. Als deze rond de 1 is betekent dit dat er evenveel terugkomen ieder jaar. Boven de 1 gaan ze woekeren en onder de 1 verdwijnen ze na een tijdje. De meeste tuinplanten zitten zonder bescherming en verzorging onder de 1. Toen we drie jaar geleden begonnen in Park 1943 hadden brandnetels en distels een reproductiewaarde ruim boven de 1. Door ze systematisch weg te trekken worden de perken stabiel; brandnetels en distels zijn er wel, maar niet meer zo overheersend. Bovendien wordt de grond armer en krijgen andere planten een kans. Je hebt hier niet bijzonder veel voorkennis voor nodig. Als je je aan een aantal vuistregels houdt, kan het niet misgaan. Je moet zorgen dat een park of tuin er schoon en verzorgd uitziet en dat het voor insecten, vogels en bodemleven aantrekkelijk is. Dat laatste is het moeilijkst, maar daar zorgt nu juist de natuur zelf voor, als je de inheemse planten de ruimte geeft in het park of tuin. Nu doen we het omgekeerde: we bepalen wat er komt te staan, hebben een ideaalbeeld en tja, dat is een stuk minder biodivers en natuurvriendelijk. Laat de teugels vieren en zoek naar natuurlijke schoonheid. Trek je niets aan wat de groenexperts vinden, want de meesten zijn opgeleid in de klassieke methode van kopen, inplanten en onderhouden en niet het vrolijke tuinieren waarbij je alles cadeau krijgt.

Dit is een concrete verandering, die niet al te ingewikkeld en gevaarlijk is. Onze parken en tuinen gaan er anders uitzien en het onderhoud wordt gezonder, leerzamer en gevarieerder. Als we dat doen, gaan we onze samenleving ook anders bezien en de waarde zit juist in het samenspel van mensen, niet van productie en consumptie. Verhalen in plaats van producten is de handelswaar van de toekomst wat mij betreft. Als tuinier moet je soms radicaal zijn en planten verwijderen: er is overvloed en het zijn er altijd te veel. Het park en de tuin wordt zo automatische een kwekerij en dit betekent het einde van de tuincentra zoals we die kennen. Je zou het een stille groene revolutie kunnen noemen; gestaag maar met kleine stapjes. Iedereen kan in de eigen tuin of buurt beginnen en hopelijk is het besmettelijk. Als gezonde activiteit staat tuinieren op nummer een, waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. En waarom wachten als je nu kunt beginnen?

Dus ja, dat opslaan van CO2 is een tijdelijke maatregel; laten we dat niet vergeten en het is geen argument om niet te veranderen. Want iedereen weet: de aarde heeft beperkte opslag; alles wordt gebruikt.

Featured Posts