top of page

Het Nieuwe Tuinieren

Een praktische gids naar gezond samenleven met en in de natuur


Ik zal in een serie artikelen 'het nieuwe tuinieren' uitleggen voor mensen die hier zelf mee aan de slag willen. Natuurlijk ook ter informatie voor de vrijwilligers en samenwerkingspartners in onze stadsgeneeskunde trajecten. Je hoeft geen voorkennis te hebben van tuinieren. Dat is eerlijk gezegd beter, want dan kijk je met een frisse blik. Je hoeft dan immers niets af te leren. Plezier en nieuwsgierigheid in het werken met natuur is vele malen belangrijker.


De natuur leert je in de praktijk hoe het werkt door er goed naar te kijken en mee te experimenteren. Ieder seizoen is anders en ook ieder jaar is anders. Het beste is gewoon te beginnen en kijken wat er gebeurt. Je hebt dan ook vanaf de eerste dag het therapeutische effect van het nieuwe tuinieren. Het ontstrest, je krijgt een band met de natuur die je verzorgd, je werkt aan iets moois en je leert iedere dag iets nieuws.


Uiteindelijk wil ik deze artikelenreeks verwerken tot een boek over het nieuwe tuinieren. Ik ben dan ook geïnteresseerd in feedback van mensen die er in hun eigen omgeving mee aan de gang gaan.


Introductie

Stadsgeneeskunde is een nieuw studiegebied en uitvoeringspraktijk met als doel een zo gezond mogelijke leefomgeving te creëren in de stad voor mens, plant en dier. Het nieuwe tuinieren is hier onderdeel van. De stadsnatuur is hier het belangrijkste aangrijpingspunt en werkingsmechanisme. Natuur is overal en wij zijn er onderdeel van. Wetenschappelijk onderzoek toont keer op keer aan dat een natuurlijke groene omgeving en sociale omgang voor ons mensen het beste is, als het gaat om het voorkomen van ziekte.


Dit gegeven is inmiddels vrij algemeen bekend. Een groene omgeving is bevorderlijk voor de gezondheid en ook het werken in het groen, het tuinieren is een erg gezonde bezigheid. Het is dus verstandig om in onze zogenaamde ‘probleemwijken’, die ik liever volkswijken noem, een groenere en veilige buitenruimte te creëren. Een buitenruimte waar kinderen gewoon buiten kunnen spelen in de stadsnatuur en deze ook zelf kunnen ontdekken.


Wijken met veel natuur kennen 30% minder depressies en 15% minder overgewicht. Mensen in ziekenhuizen met uitzicht op natuur of zelfs foto’s van natuur genezen sneller. Kinderen die in de natuur spelen ontwikkelen hun motorische en sociale vaardigheden veel beter dan kinderen die veel binnenzitten of nog erger; achter een beeldscherm. In natuurlijke omgeving is hun spel gevarieerder en rustiger. Wandelen in de natuur ontstrest. Het voorkomt astma en autoimmuun ziekte op latere leeftijd.


Uit recent onderzoek blijkt ook dat juist 'scharrelen' en niet al te intensief bewegen gezonder is dan bijvoorbeeld een uurtje zweten in de sportschool. Onderhoud, opruimen en tuinieren is dus de gezondste fitness die je kunt doen. Het is bovendien erg nuttig. Als dit dan ook nog in team verband wordt gedaan in een positieve sfeer is het helemaal top. Daarnaast geeft het rust als je in een problematische situatie zit. (schulden, ziekte, scheiding, verslaving, e.d.) Kortom alleen maar voordelen.


Echter het stadsgroen, het ontwerp en beheer is momenteel geen ecologische natuur, maar aangeplant, gekweekt. Ook het onderhoud is grotendeels gemechaniseerd en geprotocolleerd. Het verdringt op deze wijze consequent de inheemse natuur die we als 'onkruid' wegschoffelen. Het ene ‘groen’ is het andere niet zogezegd. Willen we een gezonde leefomgeving en ook meer biodiversiteit in een stad ligt het grootste rendement in een vakkundig handmatig participatief onderhoud met het toelaten van de inheemse natuur als basis voor het ‘groen’.


Een ander beheer en onderhoud begint met een andere houding richting het ‘groen’. Het begrip ‘groen in de stad’, suggereert iets passiefs dat aangeplant en onderhouden dient te worden. Het idee dat de natuur dit zelf kan en zal regelen als we de juiste condities creëren wordt hier compleet genegeerd.


De ingesleten vooroordelen, ratten zijn smerig, onkruid is slordig, beestjes zijn eng en vies, ga zo maar door, zijn in de kern niet waar. Wij zijn smerig, onkruid kan fraai zijn, is nuttig en vaak gezonder dan groente die we in de winkel kopen of zelf verbouwen. De meeste vieze beestjes zorgen juist voor een schonere natuur, goede compostering en gezond gezond bodemleven.


Als we naast een gezondere groenere en sociale leefomgeving ook de biodiversiteit en ecologische waarde van de stadsnatuur willen verbeteren ligt hier dus de sleutel en de weg.


Het huidige ‘groenonderhoud’ schoffelt zoals gezegd het ‘onkruid’ weg. Dat is nu juist de inheemse natuur die er thuis hoort en die noodzakelijk is voor een biodivers en evenwichtig ecosysteem. De paardenbloem staat bijvoorbeeld op nummer één als het gaat om biodiversiteit met de akkerdistel op een fraaie tweede plek. Wel 144 insecten en andere diertjes maken er gebruik van. De hortensia en de plataan bungelen onderaan met nauwelijks nut voor de biodiversiteit. Als je de inheemse natuur (voorheen onkruid) integreert in de aangelegde natuur wordt het geheel ecologisch vele malen waardevoller, maar ook fraaier. Dit is wat ik ‘het nieuwe tuinieren’ noem, met de natuur mee bewegen. Dat kan in je eigen tuin, maar ook in ons publiek domein.


Inmiddels hebben we concrete en tastbare voorbeelden in de stad van deze nieuwe manier tuinieren. Hier kun je zien en ervaren hoe we het doen en hoe het er uitziet. Vooral in Park 1943 is te zien wat de aanpak te weeg brengt. Het is een schoon en fleurig park met volop, bloemen, insecten en vogels. We beheren dit nu meer dan vier jaar en ieder jaar verschijnen er nieuwe soorten planten en insecten. Mensen die het niet geloven, zou ik aanraden te komen kijken om het met eigen ogen te zien.


Tijdens rondleidingen merk ik keer op keer dat deze aanpak voor de meeste mensen een eye opener is. Zo kan het dus ook, zeggen ze met verbijstering, het onkruid, de inheemse natuur als basis voor een fraai park met daardoor een veel hogere biodiversiteit dan de gebruikelijke stadsparken. Iedereen kan hierbij op een gezonde manier participeren in het onderhoud of gewoon genieten van de natuur en de mensen. De meeste mensen geven aan hier nooit bij stil te hebben gestaan.


Een park wordt zo een plek waar de natuur het echte werk doet voor gezondheid, biodiversiteit en sociale veiligheid. Schoon is hierbij het eerste vereiste we beginnen dan ook altijd ieder dag met het zwerfvuil en etensresten te verwijderen. Een nieuwe tuinier laat zich verrassen en probeert het waar mogelijk fraaier en gevarieerder te maken. Er wordt gewerkt met de planten die er al staan en de planten die komen aanwaaien of al in de bodem zitten en door de juiste omstandigheden gaan kiemen. Om te beginnen hoeft er dus niets ingekocht te worden.


Het jaar rond doe je wat er nodig is. Er zijn drie basisactiviteiten. Allereerst de geitenmethode, in de natuur zijn grazers die zorgen dat de kruidlaag niet overwoekerd wordt. Dat heb je niet in een park in de stad en daarom doen wij dat. Daar komt de naam geitenmethode vandaan. Dit is het wegtrekken van gras en woekeraars, die de rest verstikken. Dit weghalen zorgt er ook voor dat de bodem verarmt en dit op zich zorgt voor een biodiversere natuur.


Dan is er de bodemtransplantatie. Je kunt planten verplaatsen met grond en al door het hele park. Hierdoor kun je het geheel fraaier maken en harmoniseren.


Tot slot is er het knippen en scheren. Snoeien en fatsoeneren van de perken zodat het er mooi uitziet. Omdat een natuurpark ieder seizoen anders is geven we minimaal ieder seizoen het park een knipbeurt geven. Ook het markeren en schoonhouden van paden geeft een fraaiere beeld.


Wij tuinieren in teams, maar je kan het ook perfect in je eentje doen. Karin en ik hebben een volkstuin en in het weekend tuinieren we daar. Ontspanning, verwondering en gezondheid is de oogst en natuurlijk eten we het onkruid in het voorjaar op. Onze tuin is 250 m2 en het onderhoud kost zo'n vijf uur per week in het groei- en tuinseizoen. In een particuliere tuin hoef je in de winter niet al te veel te doen.


Wees niet bang voor zevenblad, akkerdistel of kweekgras. Ze houden elkaar in bedwang als je de natuur haar gang laat gaan. Ook ratten blijven beperkt als er natuurlijke vijanden zijn en er geen voedsel wordt gedumpt in parken. Dit nieuwe tuinieren is dus zeker niet passief; je moet planten weghalen, snoeien en zo nodig kun je ze verplaatsen. Samenwerken met en leren van de natuur is hier de essentie.


Ieder natuurpark of tuin zal anders zijn. De planten die je er vindt zullen per regio verschillen, grondsoort, vochtigheid e.d. Maar ook per tuinier want een ieder heeft een andere voorkeur en smaak. De kernregel is dat er minimaal 50% inheemse planten zijn (hoe meer hoe beter) en dat de tuinplanten als extra accent worden gebruikt. Voorts geven we geen extra water bij droogte omdat de soorten die hier niet tegen kunnen verdwijnen en er soorten komen die de droge zomers aankunnen.


Hoe het er uit ziet hangt dus af van de lokale condities, het weer in dat jaar en het onderhoud en gebruik. Op een punt zijn natuurparken echter allemaal hetzelfde; ze verhogen de biodiversiteit fors, ze zien er fraai uit en zorgen voor een gezondere leefomgeving en een betere gezondheid van de tuinier.

Featured Posts
Check back soon
Once posts are published, you’ll see them here.
Recent Posts
Archive