Het Placebo effect


In de geneeskunde is het placebo-effect een soort nep-effect. In het zogenaamde dubbelblinde onderzoek, een standaard in geneesmiddelenonderzoek, wordt dit uitgesloten. Dat is raar, alsof het er niet toe doet. Toch is het juist dit effect waarop de geneeskunde is gebaseerd. Een placebopil is een pil die precies lijkt op een echte pil, maar zonder het effectieve bestanddeel. Op deze manier kun je meten of een bepaalde stof effectiever is dan een placebo. Dat klinkt plausibel, ware het niet dat het placebo-effect vaak regelmatig groter is dan gemeten effect van het ‘werkzame geneesmiddel’. Een voorbeeld: een depressie duurt gemiddeld een half jaar. Slechts bij een gering aantal mensen blijkt deze hardnekkig. 30% van de depressieve mensen knapt op van een placebo. Bij een echt antidepressivum is dat ongeveer 45%. Dat is dus 15% meer. Het placebo-effect is 30%, twee keer zo groot. Daar komt bij dat antidepressiva verslavend zijn en het natuurlijke ziekteverloop verstoren. Een placebo valt te overwegen als eerste medicatie en als dat niet werkt, eventueel een antidepressivum. Probleem is alleen dat als mensen dit weten het waarschijnlijk minder werkt. Kruiden en dergelijke alternatieve middelen hebben natuurlijk ook een placebo-effect, maar zijn doordat ze niet effectief blijken in dubbelblind onderzoek niet erkend als officiële middelen en worden vaak ook niet vergoed door de zorgverzekeraars. Dit betekent dat we het placebo-effect niet meer voor ons kunnen laten werken. Alle erkende medicijnen dienen een werkzame stof te bevatten. Natuurlijk zijn er zeer effectieve medicijnen; daar heb je geen placebo voor nodig om de effectiviteit te meten. Antibiotica bijvoorbeeld, maar die hebben natuurlijk ook effectieve bijwerkingen. Ze doden meer bacteriën dan alleen de ziekmakende en bacteriën worden op den duur resistent. Het gaat mij hier in eerste instantie om de medicijnen die niet veel meer effectief zijn dan een placebo. Natuurlijk willen mensen het werkzame middel, maar als ze zouden moeten kiezen tussen een medicijn dat 30% effectief is zonder bijwerkingen of een medicijn dat 45% effectief is met bijwerkingen. Wat zouden ze kiezen? Onderzoek laat zien dat het placebo-effect rond de 30% schommelt in dubbelblind onderzoek. Ik heb dat altijd opmerkelijk gevonden. Blijkbaar is de suggestie van therapie soms voldoende om ons te genezen. Een ander onderzoek waar ik in mijn studie op stuitte, licht een tipje van de sluier op. Dit is een dubbelblind onderzoek over therapie-effect bij neurosen. Verschillende vormen van therapie werden vergeleken: psychoanalyse, gedragstherapie en dergelijke. Het bleek dat de grootste succesfactor het feit was dat een therapeut minder neurotisch was dan de patiënt. De onderzoekers interpreteerden dit als een ‘bewijs’ dat het genezingsproces wellicht via identificatie, spiegelen en kopiëren gaat. Eigenlijk is dat wat er tussen mensen gebeurt in een rituele therapeutische omgeving. Ik redeneerde dat dit natuurlijk ook in het ‘wild’ kon gebeuren. Het placebo-effect houdt niet op bij de therapieruimte, maar is overal tussen ons aanwezig. We leren van elkaar en genezen elkaar. Zou het niet veel slimmer zijn het placebo-effect juist te bevorderen en in ons voordeel te laten werken? Dit was mijn idee achter stadsgeneeskunde twintig jaar geleden en het werkt: mensen leren van elkaar, helpen elkaar. Het enige wat je moet doen, is het goed organiseren en het placebo-effect benoemen en beschrijven. Ik gebruik de naam stadsgeneeskunde om precies dit te doen. De positieve effecten van interactie tussen mensen (en de natuur) te gebruiken om de stad (onze leefomgeving) te genezen.

Terug naar de geneeskunde, die je vanuit deze visie ‘de handel in werkzame stoffen’ kunt noemen. Dat is dan ook precies wat de farmaceuten doen. Ik ben gestopt als arts, omdat ik juist het placebo-effect wilde ontdekken. Dat bevindt zich in het alledaagse tussen mensen en het beïnvloedt onze lichamen en ons denken. Het complexiteitsparadigma dat een systeem als geheel beziet en als uitgangspunt heeft dat het geheel de delen bepaalt, zegt hierover dat het dubbelblinde onderzoek dus ook de huidige gezondheidszorg heeft vormgegeven. In plaats van het placebo-effect te gebruiken hebben we het eruit gegooid en vervangen door ‘werkzame verhandelbare stoffen’. Goed of slecht doet er niet toe, dat is de situatie waar we ons nu in bevinden. Dit betekent dat preventie de enige effectieve strategie zou zijn om de volksgezondheid in brede zin te bevorderen. Volgens mij kan het placebo-effect ons hierbij enorm helpen. Het is namelijk niet nep: kijk naar het therapie onderzoek. Therapeut en patiënt gaan een verbinding aan en ons bewustzijn doet de rest. Het is dus belangrijk dat we ruimte voor zinvol werk en zinvolle gesprekken hebben in ons leven. Ik ben ervan overtuigd dat de sleutel tot een positief gebruik van het placebo-effect in ons alledaagse leven zit. Onze dagelijkse rituelen, ons bewegen, de betekenis die we aan dingen geven, al dat bepaalt ons leven. Hier kunnen we van anderen leren, maar ook van de dingen die we meemaken of zelf nastreven. Ziekte en lijden vormen hierin de uitdaging: vermijden is niet altijd mogelijk en genezing begint vaak met het erkennen van de ziekte. Op dat moment kan erover gesproken worden in therapeutische termen. Films zitten vol met 'ontkennende mensen' die uiteindelijk breken en liefde of genezing vinden.


Featured Posts